Guillaume Bol

De schilder

 

Al vroeg ging de in het Eindhovense Tongelre op 1 oktober 1950 geboren jongste zoon van kunstschilder Kees Bol en Toos van ’t Hof z’n eigen weg.

Wars van invloeden vanuit de kunstwereld, werden de eerste schilderijen al op jonge leeftijd gemaakt. Conflicten binnen het nest konden dan ook niet uitblijven (“nog een die zo nodig moet schilderen”). Net als op de Kunstacademie in Den Bosch, waar de destijds hippe en alternatieve werkwijze zich niet met zijn felle karakter liet verenigen.

 

Om aan de kost te komen maakte Guillaume tekeningen voor de toeristen in zijn geliefde toevluchtsoord La Lozère in Frankrijk. Hij runde daar een discotheek en bezorgde groente en fruit bij hotels; als er zo nu en dan maar een schilderij gemaakt kon worden.

Hij woonde en leefde met en tussen de Fransen en maakte zich aldus de taal machtig en nam de gebruiken over, mede met behulp van zijn buurman en vriend Julien Fages te Rouveret.

 

Na zo'n 20 jaar een boerderij gehad te hebben in het departement Creuse, waar hij regelmatig zijn werk exposeerde, vestigt Guillaume zich toch met zijn vrouw en 2 zonen in Tongelre, waar hij in een wat ruiger stadsleven de nodige spanning vindt die hij schilderend in de Lozère en vooral in de Provence (omgeving Cotignac) weet te ontladen.

Gedicht van een klant:

 

A Guillaume, Artiste peintre, Ami despuis 40 ans.
L´ARTISTE
Il peint dans la nature
Et reproduit les couleurs
Fidèla à ses idées et sa culture,
Son pinceau témoigne sa valeur.

Ce nouvel artiste Hollandais,
Maintient depuis plussieurs décennies,
Un art majeur gravé à jamais
Dans un pays aux traditions établies.

Guillaume ou Willem Bol,
Peu importe sa prononciation
Tout petit il prend son envol,
Pour susciter plaisir et admiration.
D´Eindhoven à Rouveret,
Il exerce avec talent
Sur sa toile sans secret
L´oeuvre d´un moment.

Amoureux de la Méditerranée,
Il peint sans aucune retenue,
Et se déplace avec frivolité
Chercher des lieux inconnus.

Epicurien, il ne refuse rien,
Aimant Cotignac, village varois
Où sa viticulture lui convient,
C´est tout sauf du désarroi.

Auprès de Bea, sa muse,
Fidèle et amoureux,
Avec ses fils, il s´amuse,
Et coule des jours heureux.

Christian Cartoux - 2010